Ean Lensch: “Dankbaar voor mijn tijd bij IJsselmeervogels”

Ean Lensch: “Dankbaar voor mijn tijd bij IJsselmeervogels”

8 maart 2018 Uit Door Stephan Nagel

Ean Lensch was aan het begin van deze eeuw een bijzondere verschijning op De Westmaat. De aanvaller is geboren in de Verenigde Staten, woont daar ook nu weer, maar speelde toch een handjevol wedstrijden in het eerste elftal van IJsselmeervogels. Wie is Ean ook alweer? Hoe is het nu met de Amerikaan? En wat bracht hem destijds op de Rooie zijde van De Westmaat?

Lensch werd geboren in Ashland, in de staat Oregon liggend aan de westkust van de Verenigde Staten, op bijna 8.400 kilometer afstand van Bunschoten Spakenburg. ‘Een klein dorpje van zo’n 20.000 inwoners liggend in het zuiden van Oregon, tegen de grens met Californië.’ In zijn woonplaats werd de kiem gelegd voor zijn liefde voor het spelletje. ‘In die tijd was voetbal helemaal geen populaire sport in de VS, dus was het moeilijk om het te kunnen volgen op tv. De enkele keren dat we voetbal konden kijken, bijvoorbeeld bij het WK werden er nog gewoon reclameblokken uitgezonden tijdens de wedstrijd.’

Zaalvoetbal

‘In Ashland had had ik het geluk dat er een weliswaar kleine, maar erg gepassioneerde voetbalgemeenschap was. Dat zorgde ervoor dat mijn interesse voor de sport verder werd aangewakkerd. Ik speelde toen voetbal, zoveel als ik kon en eigenlijk het hele jaar door. Ik schopte het zelfs tot het Olympic Development Team (vergelijkbaar met de jeugdteams van de KNVB, SN.) voordat ik via de middelbare school kon gaan spelen. Daarna heb ik nog geprobeerd een professionele voetbalcarrière te starten, maar daar waren niet heel veel mogelijkheden voor. Zodoende koos ik voor zaalvoetbal met de Portland Pythons.’

Dat zaalvoetbal was niet in dezelfde stijl zoals we dat in Nederland kennen. ‘De wedstrijden werden gespeeld op een soort ijshockeyveld waar kunstgras op gelegd werd. Dat betekende dat je de muren mocht gebruiken en het daardoor een behoorlijk vlot spelletje werd. We speelden kriskras door Amerika en soms voor wel 10.000 toeschouwers.’

Maatschappelijke kans via Nike

Toch kwam aan zijn zaalvoetbalcarrière een eind, toen hij een megakans kreeg, op maatschappelijk gebied. ‘In 1998 kreeg ik een enorm mooi aanbod bij Nike en besloot om te stoppen met het najagen van een profcarrière
en me te richten op mijn werk. Had ik dat niet gedaan, dan had ik waarschijnlijk geprobeerd om op proef te komen bij ploegen in de Major League Soccer (De Amerikaanse equivalent van de Eredivisie, SN.) en ik moet zeggen dat dat al een beetje op gang aan het komen was.’

In 2000 bracht zijn werk hem in Nederland om daar een enorme reclamecampagne op te zetten. ‘Vanwege het Europees Kampioenschap in Nederland en België was er voor Nike reden om marketing op te zetten rondom NikeFootball.com. Je moet je voorstellen dat de energie in die periode gigantisch was in Nederland. Voor mij voelde het enorm speciaal om in een land terecht te komen waar men voetbal met zoveel passie beleeft. Ik heb enkele wedstrijden gezien op het EK, maar het was vooral de energie op straat die ik het bijzonderst vond.’

Op proef bij IJsselmeervogels

De inspirerende omgeving zorgde er bovendien voor dat het actief voetballen weer begon te jeuken. ‘Ik heb wat Nike-collega’s gevraagd voor aanbevelingen voor potentiële clubs waar ik voor zou kunnen gaan spelen. Ik had geen flauw idee hoe het amateurvoetbal in Nederland georganiseerd was. Een collega van me, Casper van Nieuwenhuizen, nam namens mij contact op met IJsselmeervogels en regelde een proefperiode. Eigenlijk had ik geen idee waarom hij specifiek contact opnam met IJsselmeervogels, maar het zal allicht te maken hebben gehad met een combinatie van de goede reputatie van de club en de kleine reisafstand vanaf de Nike-kantoren in Hilversum.’

Lensch kan zich de cultuurshock nog goed voor de geest halen. ‘De trainingen waren aardig te doen. Mijn teamgenoten begrepen het spelletje en waren gezegend waren met een redelijk goeie techniek. De spelers van het tweede waren destijds niet heel fit en de Hollandse manier van spelen bevorderde dit: de bal het werk laten doen, de ruimtes klein houden en niet teveel jagen. In algemene zin waren ze goed georganiseerd. Net zoals Nederland zelf. Het voetbal kwam in Nederland in wezen neer op het uitvoeren van een speelsysteem. Iedere coach in Nederland heeft een soort opdracht van rondpassen om daarmee het Nederlandse speelsysteem te versterken als een soort geloof.’ Daar moest de middenvelder annex aanvaller aan wennen, maar gelukkig hielp zijn trainer hem in de basale behoeften. ‘Dat deed hij met twee geprinte blaadjes. Op de ene stond uitgelegd hoe het team speelt en op het andere een aantal veelgebruikte voetbaltermen. Voor mij was dit echt de bijbel.’

Run, Forrest, Run

Ook zijn wedstrijddebuut in het tweede weet Lensch nog goed voor de geest te halen. ‘Een uitwedstrijd waar we ongeveer een half uurtje voor moesten reizen. De naam van de tegenstander weet ik niet meer. Ik begon in de basis, als linkshalf. Voor de wedstrijd had trainer Jan van den Berg het opnieuw over de tactiek. Ik zat daar en deed net of ik de Nederlandstalige instructies snapte. Ik hoorde mijn naam een paar keer vallen, knikte, maar had geen idee in welke context hij mijn naam noemde. Uiteindelijk zei een van de spelers, in het Engels gelukkig: ‘Ean, als we aftrappen
gaan we altijd direct vooruit. Jij moet dan over de linkerkant naar voren sprinten en we trappen de bal dan naar jou.’. Ik knikte en zei ‘Run, Forrest, Run’. Gelukkig kenden ze mijn filmreferentie (Forrest Gump, SN.) en lachten. Een teamgenoot riep nog wel, verwijzend naar American Football, dat ik moest zorgen dat ik de bal moest aannemen en niet moest vangen.’

Na dit gelach kon de wedstrijd starten. ‘Bij de start van de wedstrijd miste ik dat gekunstelde aanmoedigen, zoals ik dat altijd gewend was. De mensen hier spelen met passie, met hun hart en combineren dat met goede techniek, tactiek en teamwork. Een beetje magie zorgt uiteindelijk voor de overwinning.’

De wedstrijd verliep uiteindelijk fantastisch voor Lensch: hij maakte de openingstreffer, scoorde later nog een tweede treffer en gaf uiteindelijk ook nog een assist in een volgens hem ‘typisch Nederlandse aanval’. Het duel eindigde uiteindelijk in een 2-6 overwinning en ik realiseerde al snel mijn route voor acceptatie: wie of waar je ook bent, iedereen vindt een doelpuntenmaker leuk. Na afloop grapte de jongens nog dat ik best goed speelde… voor een Amerikaan.’

Debuut in het eerste elftal

In het seizoen 2001/02 maakte Lensch zijn officiële debuut in het eerste. In zijn eerste seizoen kwam de Amerikaan tot tien wedstrijden waarin hij uiteindelijk twee keer tot scoren kwam. Zijn debuut kan Lensch nog goed herinneren: ‘Ik kwam het veld in als wisselspeler. Ik maakte op het laatst bijna nog de gelijkmaker, maar de keeper wist mijn schot te blokkeren. Ik vond het geweldig om eindelijk voor het eerste te spelen en was blij dat ik mee kon komen met het niveau en de snelheid. Dat gaf me veel vertrouwen.’

Toch kijkt de aanvaller het positiefst terug op de wedstrijd van een paar maanden later. ‘Mijn persoonlijk beste wedstrijd was op 23 maart 2002, toen we met het eerste elftal speelden tegen Spijkenisse (1-3). Ik scoorde een mooi doelpunt en we wonnen uiteindelijk ook nog. Helaas verrekte ik aan het eind van de wedstrijd mijn hamstring, waardoor ik er een maand uit lag. Een grote teleurstelling, want ik speelde met veel vertrouwen en had het gevoel dat ik de vorm vol kon blijven houden.’

De spits, die in zijn periode bij IJsselmeervogels ook nog kampioen werd met het tweede elftal en dat beschrijft als ‘fantastische seizoensafsluiting met spelers waarmee ik uiteindelijk het meeste om ging, omdat ik er wekelijks mee trainde’, kwam uiteindelijk tot 14 duels in het eerste elftal en scoorde daarin twee keer. Uiteindelijk moest de Amerikaan om dezelfde reden waarom hij bij IJsselmeervogels kwam ook weer vertrekken. ‘Ik eindigde met een flinke beenblessure en kon het seizoen toen niet afmaken. Voor het seizoen daarop had mijn werk meer reistijd en aandacht nodig, waardoor ik genoodzaakt was te stoppen met voetbal.’

Terug naar Amerika

Inmiddels woont Lensch weer in Amerika, is getrouwd en heeft twee kinderen: een jongen van vijf (Leo) en een driejarig meisje (Lyla). ‘Spakenburg is een uniek dorp, ik vond de traditionele aspecten en de band met het water fascinerend. Ik nam mijn vrienden en familie altijd graag mee naar het dorpscentrum. Ik zie er naar uit om mijn kinderen ook ooit eens mee te nemen naar Spakenburg.’

De verrichtingen van IJsselmeervogels volgt Lensch vijftien jaar later nog steeds, maar de taalbarrière nekt hem nog altijd. ‘Ik volg de ploeg op Facebook, maar krijg lang niet alles mee. Het was mooi om te lezen dat IJsselmeervogels vorig seizoen kampioen is geworden, want ik weet wat dat doet bij de club en de gemeenschap.’

Al met al kijkt Ean Lensch met veel plezier terug op zijn tijd in Nederland. ‘Ik ben erg dankbaar voor mijn tijd bij IJsselmeervogels. Ik heb veel lol gehad en heb ook veel bijgeleerd op voetbalgebied. Het enige jammerlijke is dat ik nooit de derby tegen de blauwen heb kunnen spelen. In het seizoen dat het kon, was ik helaas geblesseerd. Ik had niets mooier gevonden dan tegen hun te scoren en vreugde te brengen bij de Rooien.’

Lensch speelde uiteindelijk 14 wedstrijden in het eerste, in de seizoenen 2001/02 en 2002/03 en kwam tot twee competitietreffers.

Tekst: Stephan Nagel / IJsselmeervogels Media

Dit interview verscheen in de Vogelnieuws (voorjaar) van IJsselmeervogels van het seizoen 2017/18.

Een blog over de ervaringen van Ean (die ook deels gebruikt zijn voor dit interview) vind je hier.

Stephan Nagel